Motivering

 

Voorgeschiedenis

In 2015 werd gestart met een aantal controles op het terrein. De materie is zo specifiek dat hiervoor externe consultancy ingeschakeld moet worden. Vanaf 2018 werd het reglement hervormd, zodat kleinere ondernemingen werden vrijgesteld en de administratieve werklast ook beperkt bleef.

 

Feiten en context

De belasting op drijfkracht is een belasting die verband houdt met de bedrijfsuitoefening en treft bijgevolg een duurzame toestand.

 

Juridische grond

• artikel 170, §4 van de Grondwet

• het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017; artikel 40, §3 en artikel 41, tweede lid, 14°.  Ook de artikelen 286 tot en met 288 en artikel 330

 

Advies

Voor de berekening van de belasting op drijfkracht wordt billijkheidshalve alleen rekening gehouden met de motoren die betrokken zijn bij de bedrijfsuitoefening en met hun werkelijke activiteit

 

Argumentatie

Er wordt een vrijstelling voorzien voor:

- ondernemingen die gebruik maken van motoren met een totaal belastbaar vermogen van minder dan 50kW, deze ondernemingen hebben een beperktere draagkracht, waarbij de administratieve en financiële last niet in verhouding zou zijn mochten zij deze belasting ook moeten betalen.

- wisselmotoren: Dit zijn motoren die enkel ingezet worden om de hoofdmotor eerder tijdelijk te vervangen. Wisselmotoren mogen nooit tegelijk gebruikt worden met de motor die zij vervangen.

- de motoren die instaan voor de brandbestrijding

 

Financiële gevolgen

Financiële gevolgen voorzien op 2025B2-2

 

Besluit

18 stemmen voor: Luc Bouckaert (CD&V-groen), Kristien Vingerhoets (Sp.a-waazienHgeire), Koen Scholiers (CD&V-groen), Jenne Meyvis (CD&V-groen), Caroline Van Vracem (CD&V-groen), Annick De Wever (CD&V-groen), Eddy De Herdt (Hemiksem Vooruit), Stefan Van Linden (Sp.a-waazienHgeire), Cliff Mostien (Hemiksem Vooruit), Helke Verdick (N-VA), Rita Goossens (N-VA), Kris Verbeeck (CD&V-groen), Kurt Verberckt (CD&V-groen), Jozef Van Havere (CD&V-groen), Birgit De bondt (OPEN VLD), Jill Van Wijnsberghe (CD&V-groen), Rodney Talboom (Sp.a-waazienHgeire) en Inneke Varewyck (N-VA)

2 onthoudingen: Agnes Salden (VLAAMS BELANG) en Bert Cools (VLAAMS BELANG)

 

 

Artikel 1 - bedrag

Er wordt voor een periode die aanvangt op 01.01.2020 en eindigt op 31.12.2025 een gemeentebelasting  op motoren, hefvermorgen en drijfkracht gevestigd.

 

Het tarief bedraagt 14 euro per kW op motoren die gebruikt worden voor de exploitatie van de nijverheids-, landbouw- en handelsdoeleinden, evenals op deze van beoefenaars van vrije beroepen, ongeacht de krachtbron welke deze in beweging brengt.

De belasting slaat dienvolgens o.m. op de elektromotoren, de stoommachines,   verbrandingsmotoren, de waterturbines, enz.

 

De belasting is verschuldigd door elke houder van in of buiten werking gestelde motoren waarvan deze al dan niet eigenaar is.

 

Indexatie vanaf  01/01/2021

De bedragen van de belasting worden jaarlijks geïndexeerd vanaf 01/01/2021, hiervoor zal als basis gebruik gemaakt worden van de consumptieprijs index november 2019 (basis 2013)

 

De indexatie gebeurt als volgt:

De belasting bedraagt

14 euro per kW x (consumptieprijs index november aanslagjaar-1/consumptieprijs index november 2019)

Elke index aanpassing zal  ertoe leiden dat het verschuldigde bedrag steeds afgerond wordt naar de dichtstbijzijnde 0,05 euro.

 

Artikel 2 - belastbare motoren

§1 De belasting wordt gevestigd op de motoren die gebruikt worden voor de uitbating van de onderneming in het aanslagjaar en wordt vastgesteld op 1 januari van het aanslagjaar. De activiteit van de motoren wordt berekend op basis van een referentieperiode die loopt van 1 januari tot en met 31 december voorafgaand aan het aanslagjaar.

 

Een nieuwe motor (geen vervanging van een andere motor) die voor de eerste maal in werking wordt gesteld is belastbaar vanaf de maand dat hij in werking wordt gesteld a rato van het aantal maanden gebruik in de referentieperiode.

 

Indien een motor voor de laatste maal in werking wordt gesteld, in het kader van de definitieve buitengebruikstelling, zal deze nog belast worden in het eerstvolgende aanslagjaar a rato van het aantal maanden gebruik in de referentieperiode.

 

Indien een motor tijdelijk buiten gebruik wordt gesteld of wordt stilgelegd voor een ononderbroken periode van minstens 30 kalenderdagen,  dan zal het vermogen van de motor berekend worden a rato van het aantal maanden gebruik in de referentieperiode.

 

De onderneming dient wijzigingen zoals bepaald in het tweede, derde en vierde lied te melden bij het gemeentebestuur per mail op belastingen@hemiksem.be. De onderneming dient de aanvangsdatum van buitengebruikstelling of stillegging , alsook de datum van nieuwe of hernieuwde ingebruiknames te melden aan het gemeentebestuur.

 

§2 De belasting is verschuldigd voor de motoren die de belastingplichtige voor de exploitatie van zijn inrichting of van haar bijgebouwen gebruikt. Dienen als  bijgebouw van een inrichting beschouwd te worden: iedere instelling of onderneming, iedere werf van om het even welke aard, die gedurende een ononderbroken tijdvak van minstens drie maanden op het grondgebied van de     gemeente gevestigd is.

Voor de motoren, gebruikt voor een zoals in het vorig lid bedoeld en op het   grondgebied van een andere gemeente overgebracht bijgebouw, is geen gemeentebelasting verschuldigd voor het tijdvak van het gebruik in de andere  gemeente.

Wanneer, hetzij een inrichting, hetzij een zoals hierboven bedoeld bijgebouw, geregeld en duurzaam een verplaatsbare motor gebruikt voor de verbinding met  één of meer bijgebouwen, of met een verkeersweg, is daarvoor de belasting enkel verschuldigd, indien hetzij de inrichting zelf, hetzij het voornaamste  bijgebouw in de gemeente gevestigd is.

 

Artikel 3 - uitdrukking van het vermogen in kW

§1 Voor motoren met een vermogen uitgedrukt in pk geldt:

 1,36 pk voor 1kW.

Voor fracties van meer dan 500 W wordt één kW aangerekend. Fracties van 500 W en minder worden verwaarloosd. De afronding gebeurt op het eind van de berekening van het netto belastbaar vermogen.

 

§2 De kracht van de hydraulische toestellen wordt vastgesteld in gemeen overleg tussen de belanghebbenden en het gemeentebestuur. Het staat de belanghebbende vrij in geval van onenigheid een tegenexpertise uit te lokken.

 

§3 De tractoren, terreinvoertuigen (zoals autobussen, auto’s en dergelijke die enkel voor intern gebruik op het terrein benut worden), trekkers, nijverheidsvoertuigen (zoals asfalteermachines, rupskranen, pletwalsen, bulldozers, graafmachines, laadschoppers en zonder dat deze opsomming limitatief is), locomotieven, nijverheidsmachines (zoals mobiele compressoren, trilplaten, ladderliften en zonder dat deze opsomming limitatief is) worden belast volgens volgende tabel :

Cilinderinh. v.d. motoren              kW

Van 0 cm³ tot 2.499 cm³                7

Van 2.500 cm³ tot 4.999 cm³         15

Van 5.000 cm³ tot 7.499 cm³         22

Van 7.500 cm³ tot 9.999 cm³          29

Van 10.000 cm³ tot onbeperkt       37

 

De vorkheftrucks, reachtrucks, stackers en straddle carriers worden belast volgens hun maximaal hefvermogen zoals vermeld in volgende tabel :

Maximaal hefvermogen        kW

Van 0 kg tot 999 kg               5

Van 1.000 kg tot 1.999 kg       8

Van 2.000 kg tot 5.999 kg      15

Van 6.000 kg tot 19.999 kg    20

Van 20.000 kg tot 29.999 kg  25

Van 30.000 kg tot 44.999 kg  30

Van 45.000 kg tot onbeperkt 40

 

Artikel 4 – vrijstellingen

Er wordt een vrijstelling voorzien voor:

- ondernemingen die gebruik maken van motoren met een totaal belastbaar vermogen van minder dan 50kW, deze ondernemingen hebben een beperktere draagkracht, waarbij de administratieve en financiële last niet in verhouding zou zijn mochten zij deze belasting ook moeten betalen.

- wisselmotoren: Dit zijn motoren die enkel ingezet worden om de hoofdmotor eerder tijdelijk te vervangen. Wisselmotoren mogen nooit tegelijk gebruikt worden met de motor die zij vervangen.

- de motoren die instaan voor de brandbestrijding

 

 

Artikel 5 - beëindiging bedrijfsactiviteiten

Voor bedrijven die hun activiteit stopzetten in de loop van het aanslagjaar op een bepaalde vestigingsplaats zonder deze over te brengen naar een andere vestigingsplaats, zal de belasting berekend worden op grond van de gebruikte motoren tijdens het voorafgaand kalenderjaar en recht evenredig met het aantal maanden van activiteit tijdens dat jaar en tot het einde van de maand van de stopzetting

 

Artikel 6 - aangifte

§1 Iedere belastingplichtige, houder van in of buiten werking zijnde motoren, waarvan hij al dan niet eigenaar is, moet er aangifte van doen door middel van het formulier dat hem in de loop van het aanslagjaar door het gemeentebestuur wordt bezorgd. De belastingplichtige die het formulier niet zou ontvangen hebben moet deze aangifte spontaan doen voor 1 maart van het aanslagjaar. Ook de kracht van de volgens artikel 4 vrijgestelde motoren dient te worden aangegeven.

 

§2 Bij gebreke van een aangifte, laattijdige aangifte of onvolledige, onjuiste   of onnauwkeurig aangifte wordt de belastingschuldige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het   recht van bezwaar en beroep.

 

Artikel 7 – belastingverhoging bij ambtshalve inkohiering

Bij ambtshalve inkohiering van de belasting, zal zij worden verhoogd met een percentage van 10% van de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijd en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

 

Artikel 8 - kohier

Deze belasting wordt door middel van een kohier ingevorderd. Het belastingkohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

De belasting moet betaald worden binnen de 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 9 - bezwaar

De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

 

Een bezwaarschrift dient aan volgende voorwaarden te voldoen:

•het bezwaar wordt in gediend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger

•het bezwaar wordt schriftelijk ingediend, dit kan ook via email: belastingen@hemiksem.be

 

Artikel 10  Toezicht houdende overheid

De toezichthoudende overheid wordt van de bekendmaking op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.