Motivering

 

Voorgeschiedenis

Het voorwerp van de belasting betreft woongelegenheden waarvoor niemand ingeschreven staat in de bevolkingsregisters omdat ze dienst doen als een tweede verblijf.

In de loop van de tijd werden verschillende motiveringen voor de belasting opgeworpen. De

belasting evolueerde van een weeldebelasting naar een belasting ter compensatie van de

aanvullende personenbelasting die de eigen inwoners betalen, en wordt recent ook geheven

vanuit de bekommernis om de sociale cohesie binnen de gemeente te vrijwaren.

 

Feiten en context

Het belastbaar voorwerp van deze belasting is elke private woongelegenheid die niet het

hoofdverblijf vormt van de eigenaar of de huurder, maar die wel op elk moment door hem

kan worden bewoond. Tweede verblijven zijn landhuizen, bungalows, appartementen,

weekendhuisjes, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met

chalets gelijkgestelde caravans, die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger.

 

Juridische grond

• artikel 170, §4 van de Grondwet

• het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017; artikel 40, §3 en artikel 41, tweede lid, 14°.  Ook de artikelen 286 tot en met 288 en artikel 330

 

Advies

De ambtshalve inkohiering dient aangepast worden in functie van de nieuwe belastingsoftware.

 

Argumentatie

De belasting op tweede verblijven dient ter compensatie van de aanvullende personenbelasting die de eigen inwoners betalen, en wordt ook geheven vanuit de bekommernis om de sociale cohesie binnen de gemeente te vrijwaren.

 

Financiële gevolgen

Financiële gevolgen voorzien op 2025B2-1

 

Besluit

 

Het college agendeert op de eerstvolgende gemeenteraad:

 

Artikel 1 Algemeen

Er wordt voor een periode die aanvangt op 01.01.2023 en eindigt op 31.12.2025 een jaarlijkse en directe belasting gevestigd op de tweede verblijven, gelegen op het grondgebied van de gemeente, ongeacht het feit of ze al dan niet in de kadastrale legger zijn ingeschreven.

 

Artikel 2  Belastbare grondslag

Onder tweede verblijven moet worden verstaan elke andere private woongelegenheid dan die welke voor het hoofdverblijf is aangewend, waarvan de gebruikers niet voor hun hoofdverblijf zijn ingeschreven in de bevolkingsregisters en waarover zij op elk ogenblik hetzij als eigenaar, hetzij als huurder, hetzij als houder van een verblijfsvergunning kunnen beschikken, al dan niet tegen betaling, dit ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden, hierbij inbegrepen de met chalets gelijkgestelde caravans.

Worden niet beschouwd als tweede verblijven:

- het lokaal uitsluitend bestemd voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit;

- de leegstaande woongelegenheden, waarvan het bewijs voorgelegd wordt dat zij in de loop van het aan het aanslagjaar voorafgaande kalenderjaar niet als tweede verblijf werden aangewend.

- een woongedeelte op hetzelfde perceel als de handelszaak/vrij beroep indien het woongedeelte aantoonbaar gebruikt wordt voor de handelactiviteit of uitoefening van een vrij beroep.

 

Artikel 3  Tarief van de heffing

Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op 1000 EUR per jaar en per tweede verblijf, voor die tweede verblijven die in een niet erkende zone zijn opgericht.

Onder erkende zone wordt verstaan die gebieden die op het gewestplan voorkomen als zijn gebieden voor verblijfsrecreatie, aangeduid in een oranje kleur met daarom een zwarte driehoek.

 

 

Indexatie vanaf  01/01/2021

De bedragen van de belasting worden jaarlijks geïndexeerd vanaf 01/01/2021, hiervoor zal als basis gebruik gemaakt worden van de consumptieprijs index november 2019 (basis 2013)

 

De indexatie gebeurt als volgt:

De belasting bedraagt

€ 1.000 voor een tweede verblijf x (consumptieprijs index november aanslagjaar-1/consumptieprijs index november 2019)

 

Elke index aanpassing zal  ertoe leiden dat het verschuldigde bedrag steeds afgerond wordt naar de dichtstbijzijnde 0,05 euro.

 

Artikel 4

De belasting is ondeelbaar en voor het gehele aanslagjaar verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon, die eigenaar is van het tweede verblijf op 1 januari van het aanslagjaar, ongeacht de duur van de eventuele verhuring en ongeacht het feit of de eigenaar al dan niet in de bevolkingsregisters van de gemeente is ingeschreven.

 

 

 

Artikel 5

De belastingplichtige moet bij het gemeentebestuur aangifte doen van elke belastbare woongelegenheid die hij in de gemeente bezit, door middel van het formulier waarvan het model door het college van burgemeester en schepenen werd vastgesteld.

Voor de tweede verblijven die op 1 januari van het aanslagjaar bestaan, dient de aangifte gedaan te worden uiterlijk op 31 maart van het aanslagjaar. De betrokkenen die geen formulier zouden ontvangen hebben, zijn niettemin verplicht spontaan aan het gemeenbestuur de elementen te verstrekken die nodig zijn voor de aanpassing van de belasting. Een aangifteformulier is beschikbaar op de gemeentelijke website.

 

Artikel 6

Bij gebrek aan aangifte of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd.

Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, worden de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen en het bedrag van de belasting per aangetekend schrijven betekend aan de belastingplichtige.

De belastingschuldige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 10% van het bedrag van de verschuldigde belasting.

 

Artikel 7 Inkohiering

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 8 Belastingstermijn

De belasting moet betaald worden binnen de 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 11  Bezwaar

De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

 

Een bezwaarschrift dient aan volgende voorwaarden te voldoen:

•het bezwaar wordt in gediend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger

•het bezwaar wordt schriftelijk ingediend, dit kan ook via email: belastingen@hemiksem.be

 

Artikel 11 Toezicht houdende overheid

De toezichthoudende overheid wordt van de bekendmaking op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.